Trainingsacteren

Omdat ik acteren graag in wilde zetten binnen de zorg en zorgteams heb ik in 2010 een korte opleiding tot trainingsacteur gevolgd.
Als trainingsacteur heb ik me toen geschoold in het spelen van rollen(spelen) binnen trainingen en assessments.
Trainingen waar ik veel ervaring mee heb zijn communicatie, conflicthantering, agressiehantering, teamsamenwerking en psychodiagnostiek (het spelen van gedrag passend bij vrijwel alle ziektebeelden binnen de DSM5).

Tijdens een training ben ik als het ware levend oefenmateriaal waarop deelnemers kunnen oefenen met hun leervraag, doelgroep, omgangsvormen en situaties die voorkomen in de dagelijkse praktijk. Deze situaties kunnen tijdens een training opnieuw uitgespeeld worden. Hierbij vind ik het belangrijk veiligheid te creëren, aandacht te hebben voor wat er goed gaat en mogelijkheid te geven om eigen leerervaring op te doen.  Het maken van fouten bestaat niet, er zijn enkel leermomenten die inzicht bieden in eigen handelen en het effect daarvan op de ander. We leren hierin beiden, zowel de deelnemer als ikzelf.

Van tevoren staat de rol die ik speel in principe niet vast; ik reageer op wat er gebeurt, op het gedrag en de manier van communiceren (actie-reactie, zenden-ontvangen, oorzaak-gevolg) van de deelnemer. Er vindt een rollenspel plaats tussen een individuele deelnemer, een groepje of het totale team.
Na afloop van een rollenspel bespreken we de oefening na waarbij er alle aandacht is voor de individuele en gezamenlijke ervaring en het geven van feedback aan elkaar. Bij veel vormen van spel is het ook mogelijk om tijdens het spelen feedback te geven. Binnen mijn rol zeg ik dan iets over het gedrag van de ander dat ik als storend of afwijkend ervaar.
Bijvoorbeeld: “kun je eens stoppen met het steeds mompelen als ik iets zeg” of “vindt je het normaal om steeds naar buiten te kijken als ik je wat vraag?”.

Het doel van de trainingen is om er iets van te leren. In tegenstelling tot het acteren in theater of musicals is het ‘vermaak’ niet het doel. Om dit doen te bereiken maak ik gebruik van de verschillende vormen van ‘spel’ die ik geleerd heb, behalve het spelen van scenario’s. Ik werk tijdens een training niet samen met andere acteurs.

Naturel spel
Hierbij is mijn spelen (het woord zegt het eigenlijk al) zo naturel mogelijk. Een ander woord voor
naturel is ‘klein spelen’. Mijn emoties en gedrag maak ik niet groter dan ze zijn. Ik maak mijn gedachten,
gevoelens, gedrag en belevingen heel natuurlijk en realistisch.

Type(n) spelen
Bij deze vorm van spelen maak ik mijn gedachten, gevoelens, gedrag en beleving groter dan dat ik ze zelf
ervaar. Ik speel hierbij duidelijk een andere rol. Ik gebruik deze vorm van spelen bij psychodiagnostiek en
heftige onderwerpen. Het kan er dan voor zorgen dat er wat lucht komt in het onderwerp.

Improvisatiespel
Met improvisatiespel gebruik ik weinig voorinformatie wanneer ik in het rollenspel stap. Ik weet dan alleen
de hoognodige informatie; bijvoorbeeld mijn naam, beroep, enkele karaktertrekken en de te spelen gebeurtenis.
Ik weet zelf niet wat ik ga zeggen/doen. Mijn gedachten, emoties, beleving en gedrag zijn helemaal afhankelijk van
het gedrag van een deelnemer. Mijn ervaring is dat deze vorm van spelen het meest confronterend is voor deelnemers
omdat ik reageer op wat de deelnemer inzet. Doet de deelnemers iets ‘goeds’, reageer ik hier ‘belonend’ op. Doet de
deelnemer iets dat als minder prettig wordt ervaren, reageer ik hier op een vergelijkbare minder prettige manier op.